Home › Routing van een creditcardbetaling
De routing van een creditcardbetaling
Of de kaart op de toonbank ligt of niet, bepaalt welke weg de transactie aflegt en welke fraude er mogelijk is.
De verwerking van een creditcardbetaling is ingewikkelder dan die van een gewone betaling. De feitelijke betaling vindt later plaats en de betaalketen bestaat uit meer schakels.
Twee betaalsituaties
Voor de routing van een creditcardbetaling, en voor de fraudemogelijkheden, maakt het uit of de creditcard aanwezig is op de plek waar de transactie tot stand komt. Dat onderscheid splitst het betalingsverkeer in twee werelden: card present en card not present.
Card present: de kaart ligt op de toonbank
In de toonbankomgeving geeft de kaarthouder de creditcard aan de acceptant. Wat er daarna gebeurt, hangt af van de verbinding tussen terminal en financiële instelling.
Online transacties
Bij een online transactie bestaat er een directe verbinding tussen terminal en financiële instelling. De acceptant haalt de magneetstrip door de betaalautomaat, of plaatst de creditcard met chip in de automaat.
Offline transacties
Bij een offline transactie plaatst de acceptant de creditcard in een imprinter, die een afdruk van kaart en transactie maakt. Tot een bepaald bedrag, de floor limit, mag de acceptant de transactie zelfstandig afwerken. Daarboven moet hij contact opnemen met de acquirer om autorisatie te vragen.
De acquirer stelt de hoogte van de floor limit vast. Hij weegt daarbij internationale regelgeving, de wijze van acceptatie, het soort merchant, de geografische vestiging en het frauderisico. De acceptant hoort de uitkomst.
Onbemande automaten
Bij onbemande automaten, zoals parkeerautomaten, ontbreekt het contact met de creditcardmaatschappij volledig. Het gaat om kleine bedragen die offline en zonder autorisatie worden verwerkt. Deze terminals zijn vaak voorzien van elektronische stoplijsten met geblokkeerde creditcards.
Card not present: de kaart is er niet
Doet de kaarthouder een transactie via internet, per post of per telefoon — mail order en telephone order, afgekort MOTO — dan vraagt de acceptant om het creditcardnummer, de Card Validation Code (CVC) en de vervaldatum.
Voor internettransacties bestaan veiliger controlemethoden. Via een elektronisch certificaat kan de echtheid van kaarthouder én acceptant worden vastgesteld: authenticatie. Verified by Visa (VbV) en Mastercard Secure Code (MSC) zijn daar voorbeelden van.
Waarom het uitmaakt
Elke schakel die wordt overgeslagen, verlegt het risico naar de acceptant. Een offline transactie onder de floor limit is snel, maar niemand heeft gecontroleerd of er saldo is. Een CNP-transactie zonder authenticatie is eenvoudig te bouwen, maar bij betwisting staat de acceptant alleen.
De routing bepaalt dus niet alleen hoe lang een betaling duurt, maar ook wie de rekening krijgt als het misgaat. Zie de fases van een creditcardtransactie.
Vier vragen bij elke betaalsituatie
De routing laat zich bij elke opstelling terugbrengen tot vier vragen:
- Is de kaart aanwezig? Dat bepaalt of de acceptant iets kan controleren of alleen gegevens ontvangt.
- Is er een verbinding? Online loopt de transactie langs de financiële instelling, offline niet.
- Is er geautoriseerd? Onder de floor limit en bij onbemande automaten gebeurt dat niet.
- Is de kaarthouder geauthenticeerd? Bij card not present is dat een aparte stap, geen automatisme.
Vier keer ja levert de sterkste positie op voor de acceptant. Elke nee verlegt een stukje risico. De parkeerautomaat scoort op alle vier de vragen slecht en werkt toch, omdat het bedrag klein genoeg is om het verlies te dragen. Dat is geen technische oplossing maar een rekensom.
Benieuwd wat er in uw betalingsverkeer te halen valt?
Een eerste gesprek is vrijblijvend. Daarna weet u of er genoeg te winnen is om een traject te starten.